dinsdag 19 maart 2013

Snertweer, dus tijd voor erwtensoep

We eten meestal drie keer in de winter erwtensoep. De eerste keer is altijd op Sinterkaasavond, dan heeft onze schoonzus Desirée een hele grote pan erwtensoep gekookt en dan eten we daar gezellig met de hele familie..
De tweede keer is Oudejaarsdag dan bak ik geen oliebollen maar maak een pan snert, dat is zomaar traditie geworden..
Meestal is er nog wel een derde keer, dat is meestal in maart, als het nog zo venijnig koud kan zijn zoals nu,
Snertweer dus!

Ingredienten:


500 gram spliterwten
Ca. 500 gram vlees 
(krabbetjes, speklap, knieschijf, hamlap)
1 laurierblaadje
Zout, versgemalen peper
3 aardappelen (afkokers)
2 uien
2 flinke preien
1 winterwortel
1 kleine selderijknol
Ca. 6 takjes bladselderij
1 rookworst

Bereidingswijze:

Breng 2 liter water met de spliterwten, het vlees, het laurierblaadje en ½  eetl. zout in een grote pan aan de kook. Schep met een schuimspaan het bovendrijvende schuim eraf. Leg het deksel op de pan en laat de soep ca. 45 minuten zachtjes koken. Voeg als de soep te dik wordt nog 250-500 ml water toe. Maak intussen de groenten schoon: snijd de geschilde aardappelen in stukken, de preien in ringen, de wortel, ui en de knolselderij in blokjes. Hak de bladselderij fijn.

Schep het vlees met een schuimspaan uit de soep en laat het iets afkoelen. Verwijder het bot en snijd het vlees in stukjes. Roer de aardappel, prei, knolselderij, wortel, ui en bladselderij door de soep. Voeg het vlees weer toe en breng de soep op smaak met zout en peper. Kook de soep met het deksel op de pan op een laag vuur tot de groenten gaar zijn (ca. 45 minuten)
Verwijder het laurierblaadje. Roer de soep flink door, zodat een gebonden geheel ontstaat. Breng de soep op smaak met zout en peper.
Snijd de rookworst in plakjes en roer ze door de soep, laat het geheel nog even doorkoken.
Je kunt er roggebrood met katenspek en mosterd bij serveren.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen