zaterdag 16 december 2017

Curry met aubergine en kikkererwten






Het staat me een beetje tegen om nu dit recept met aubergine te plaatsen, het is niet echt de tijd voor aubergines. Maar denk dat de meeste van jullie daar niet zo heel erg mee bezig zijn.
De rede is heel simpel, de dagen zijn weer zo kort dat een redelijke foto maken niet meevalt. Deze foto is dus van afgelopen zomer, ik heb toen veel meer gekookt dan dat ik op de blog heb gezet. En daar kan ik nu af en toe wat van gebruiken ;-)

Curry, altijd lekker vinden wij, en als deze dan ook nog vegetarisch is, is dat helemaal mooi meegenomen. Het recept komt uit het boekje 'Aziatisch koken', totaal onbekend maar met leuke en lekkere recepten.

Ingrediënten:

zonnebloem- of arachideolie
500 g aubergine, in blokjes
2 uien, gesnipperd
3 tenen knoflook, geraspt
4 cm gember, fijngehakt
1 rode chilipeper, in reepjes (naar smaak met of zonder zaadlijsten)
3 tl gemalen koriander
2 tl gemalen komijn
1 tl kaneel
2 tl kurkuma
400 g kikkererwten, uit blik is prima
200 ml water
300 g Griekse yoghurt
zout

Bereidingswijze:

Verhit ca. 4 el olie in een pan en bak hierin de aubergine rondom bruin.
Schep de blokjes er met een schuimspaan uit en laat uitlekken op keukenpapier.

Verhit wat nieuwe olie en bak hierin de uien, knoflook, gember, chilipeper, koriander, komijn, kaneel, kurkuma en zout tot de uien lekker beginnen te kleuren en alles heerlijk gaat geuren.

Blus af met het water. Voeg kikkererwten, aubergines en yoghurt toe. Sluit de pan en laat de curry heel zachtjes, onder regelmatig roeren, ca. 30 minuten pruttelen. Voeg zo nodig nog wat water toe.
Breng eventueel op smaak met zout en dien op. Lekker met rijst en slaboontjes en wat zuur.




zaterdag 9 december 2017

Appel-olijfolietaart met ahornglazuur






Het zal de Ottolenghi-fans niet zijn ontgaan dat er weer een nieuw boek van hem uit is.
Sweet, een boek zoals de naam al doet vermoeden, vol met zoet. En dat in deze tijd, dat er juist zoveel negatiefs over suiker in de media is. En niet onterecht, suiker is gewoon niet gezond.
Wij proberen het dan ook zo min mogelijk te gebruiken, maar als je van bakken houdt dan valt het niet mee om dat zonder suiker te doen. Het kan wel, maar je kunt niet klakkeloos een recept maken en de suiker weglaten. Dat zijn gewoon andere recepten.
Dit soort recepten gebruik ik doordeweeks, maar in het weekend mag er gezondigd worden, dus word er met suiker gebakken. Zo ook deze taart van Ottolenghi.

Dit recept komt niet uit 'Sweet' omdat ik deze (nog) niet heb. In zijn andere boeken staan ook 'sweets' die ik nog niet gebakken heb, die eerst maar eens uitproberen.
Deze is in ieder geval goed gekeurd, op naar de volgende.
En wie weet ligt 'Sweet' straks wel onder de kerstboom :-)

Dit recept komt uit 'Het kookboek' van Ottolenghi.

Ingrediënten:

80 g rozijnen (sultana's)
4 el water
280 g bloem
½ tl kaneel
¼ tl zout
½ tl bakpoeder
1¼ tl zuiveringszout (baking soda)
120 ml olijfolie
160 g fijne kristalsuiker
½ vanillestokje, het merg eruit geschraapt
2 eieren, losgeklopt
3 goudreinetten, geschild en in blokjes van 1 cm
geraspte schil van 1 citroen
2 eiwitten
poedersuiker om te bestuiven (optioneel)

Ahornglazuur:

100 g boter, op kamertemperatuur
100 g lichte rietsuiker
85 ml ahornsiroop
220 g verse roomkaas, op kamertemperatuur

Springvorm ø 20 cm ingevet en de bodem bekleed met bakpapier
Ik vond de taart erg hoog dus gebruik ik de volgende keer een springvorm ø 24 cm

Doe de rozijnen met het water in een klein pannetje en zet deze op laag vuur tot de rozijnen al het water hebben opgnomen. Laat afkoelen.

Verwarm de oven tot 170 °C.

Zeef de bloem, kaneel, bakpoeder en zuiveringszout boven een kom en zet opzij.

Doe de olijfolie met de suiker en het merg van het vanillestokje in een kom en klop dit goed door elkaar. Voeg geleidelijk de losgeklopte eieren toe. Het moet een mooi glad en dik mengsel zijn. Meng er de appelblokjes, rozijnen en citroenschil door. En spatel er als laatste het gezeefde bloemmengsel door.

Klop de eiwitten in een schone kom stijf en spatel het in twee porties door het beslag. Probeer er zoveel mogelijk lucht in te houden.

Giet het beslag in de vorm, strijk de bovenkant glad en bak hem in ca. 1.5 uur gaar.
Een ingestoken spies moet er schoon uitkomen.
Haal de taart uit de oven en laat deze in de vorm op een rooster afkoelen.

Maak ondertussen de glazuur.
Klop de boter, rietsuiker en ahornsiroop tot een luchtige massa. Voeg de roomkaas toe en klop net zolang tot het mooi glad is. Dit kan met de hand maar met een elektrische mixer of standmixer gaat het een stuk makkelijker.

Snijd de taart, als deze helemaal is afgekoeld, horizontaal doormidden. Als de bovenkant erg bol is, moet er een plak af zodat je een platte bovenkant hebt. Ik heb dit niet gedaan omdat ik niet genoeg roomkaas had om ook de bovenkant te bestrijken.
Bestrijk de onderste helft met de helft van het glazuur. Zet de bovenkant erop en bestrijk deze met de rest van het glazuur. Je kunt hem nu nog bestuiven met poedersuiker als je dat wilt.

Ik had niet genoeg roomkaas in huis om het hele recept te maken. Ik heb er alleen roomkaas tussen gedaan. De volgende keer zou ik ook de bovenkant bestrijken met roomkaas, het voegt echt wel iets toe.



  


zaterdag 2 december 2017

Salade met tuinbonen, munt en pecorino





Salade, in deze tijd van het jaar?
Ja hoor ook nu worden er salades gegeten, maar met iets andere ingrediënten dan hartje zomer.
Nog wel met sla en rucola omdat we dat nog volop in de tunnel hebben staan. Tenminste... gister nog wel, nu ziet alles wit buiten van de vorst dus straks maar even kijken.
Deze salade is met tuinbonen, die hebben we alle jaren in de tuin. Makkelijk te telen en heel goed in te vriezen. We zoeken de gedopte boontjes altijd even uit, de kleintjes gaan in een bakje en de groters gaan in een zak, die zijn voor gerechten waar dubbel-gedopte tuinbonen voor nodig zijn. Deze salade bijvoorbeeld.
Lekker als salade maar ook heerlijk op een geroosterd broodje.

Het recept komt uit het boek 'Neem 5 ingrediënten' van James Tanner

Ingrediënten:

500 g diepvries tuinbonen
1 citroen, sap en rasp
25 g muntblaadjes, fijngesneden
100 g pecorino, of een andere lekkere pittige kaas (50 g geraspt, 50 g geschaafd)
50 ml lekkere olijfolie
50 g rucola en of waterkers
zeezout
versgemalen zwarte peper

Bereidingswijze:

Breng een flinke pan met water aan de kook. Doe er de bevroren tuinbonen in en kook deze 3-5 minuten. Giet ze af en laat ze schrikken onder de koude kraan.
Verwijder het grauwe buitenste velletje, dan zijn de boontjes dubbel gedopt.

Doe de dubbel gedopte tuinbonen in een kom. Voeg het citroensap, rasp, munt, geraspte pecorino en olijfolie toen. Schep alles goed om en breng op smaak met zeezout en versgemalen zwarte peper.

Verdeel de rucola over een schaal en schep er de tuinbonen op. Verdeel er de schaafsels kaas over en besprenkel met een beetje olijfolie.





zaterdag 25 november 2017

Hamburgerbroodjes





Er komen niet zo vaak meer recepten van brood op de blog, het meeste wat we bakken staat erop.
Maar soms komt er toch weer iets nieuws voorbij wat zeker het bloggen waard is.
Deze hamburgerbroodjes bijvoorbeeld.
We hebben al vaker zulke broodjes gebakken maar deze staan met stip op nummer 1, wat zijn ze lekker. Ze heten hamburgerbroodjes maar dat is te kort door de bocht, deze broodjes zijn lekker met alles. Beetje roomboter en een lekkere jam..... gebakje gelijk.

De broodjes zijn niet moeilijk te maken, het kost alleen wat tijd. Je moet de avond van tevoren al beginnen met het voordeeg maar dat komt de smaak zeker ten goede.

Het recept komt uit het boek 'De Veldkeuken' het kookboek van het restaurant de Veldkeuken op landgoed Amelisweerd in Utrecht. Het concept, de recepten alles spreekt ons aan, dit restaurant en ook het landgoed staat dan ook bovenaan ons lijstje waar we komend jaar naartoe willen.

Ingrediënten voordeeg:

1 g gedroogde gist
75 g water
125 g bloem
4.5 g zout


Bereidingswijze voordeeg:

Doe alle ingrediënten in een kom en kneed hiervan een stevig deeg.
Doe het deeg in een licht met olie ingevette kom en zet het voor 2 tot 3 uur afgedekt weg op kamertemperatuur.  Zet het daarna tot de volgende dag in de koelkast.

Ik maak het deeg rond 19.00 uur en zet het om 22.00 in de koelkast.
De volgende morgen haal ik het er 8.00 uit en laat het een uurtje op temperatuur komen.

Ingrediënten voor de volgende dag:

3 g gedroogde gist
200 g water
375 g bloem
7 g zout
15 g suiker
1 ei losgeklopt
50 g boter, op kamertemperatuur

Om te bestrijken:
klein beetje achtergehouden ei
100 g sesamzaad

Bereidingswijze:
Haal het deeg van gister uit de koelkast en laat dit ca. een uur op temperatuur komen.
Doe de gist, water, bloem, zout, suiker en het grootste gedeelte van het ei in een kom (houd iets over om de bollen te bestrijken).
Kneed dit tot een soepel deeg, voeg het voordeeg toe en kneed nog eens 10 minuten. Kneed er als laatste de boter door tot deze goed is opgenomen.
Doe het deeg over in een licht met olie ingevette kom, dek deze af en laat op kamertemperatuur een uur rijzen.

Haal het deeg uit de kom en verdeel het in 8-10 stukken, net hoe groot je de bollen wilt.
Maak van de stukken deeg bolletjes door deze onder je handpalm over het werkblad te draaien. Het gaat erom dat een beetje spanning op de bolletjes komt te staan.
Hier een duidelijk filmpje hoe dat werkt.



Bestrijk ze met een kwastje met het achtergehouden ei, heb je dit niet gedaan gebruik dan een nieuw losgeklopt ei. Bestrooi de bolletjes met sesamzaad, of doe wat sesamzaad in op een bordje en doop de bolletjes daarin.
Leg de bolletjes met genoeg tussenruimte op een bakplaat en laat deze ca. 1.5 tot 2 uur afgedekt met een theedoek op kamertemperatuur rijzen.

Verwarm de oven voor tot 240 °C.
Zet een braadslede onderin de oven en laat deze meeverwarmen.
Plaats de broodjes in de oven en giet 100 ml water in de braadslede, sluit gelijk de ovendeur.
Bak de broodjes ca. 10 minuten, maar let op het kan ineens heel vlug gaan.
Haal de broodjes uit de oven en laat deze op een rooster afkoelen.





zaterdag 18 november 2017

Knoflooksoep met harissa





Knoflooksoep, we aten het voor het eerst met de wintersport in Oostenrijk, ergens eind jaren 90.
Omdat je het hier niet kon kopen namen we altijd een stuk of wat zakjes mee. Ik zie de zakjes nog zo voor me, lichtgroen met een bord soep en de rode letters Knorr.
Ja toen aten wij ook nog uit pakjes en zakjes, niets zo makkelijk als het zakje legen in een pan, water erop, aan de kook brengen en eten.
We gaan al jaren niet meer op wintersport, en ook eten we al heel wat jaren niet meer uit pakjes en zakjes. Maar de liefde voor knoflooksoep is er nog altijd. En zelf maken is eigenlijk helemaal niet zoveel werk en gewoon veel lekkerder.

Wat er veel ingaat is knoflook, veel knoflook en dat hebben we. Van de nieuwe aanplant in de moestuin zijn nog heel veel tenen knoflook over, de dikste zitten in de grond en de kleinere zijn voor in de keuken.
Vaak is knoflooksoep een gebonden soep met melk of room, best wel een zware soep. Evert is gek op zulke soepjes, ik hou meer van de lichtere varianten.
Dit is zo'n lichtere variant, niks geen bloem, melk, room. Evert keek dan ook wel een beetje beteuterd toen hij zijn kom voor zich had, hij had zich verheugd op knoflooksoep en dat ziet er toch wel even anders uit dan dit.
Maar de smaak maakte alles goed, wat een heerlijke soep al dan niet met de zelfgemaakte harissa.

Het recept komt uit het boek Plenty van Ottolenghi

Ingrediënten:

40 g boter
2 el olijfolie
4 middelgrote sjalotten, fijngehakt
3 stengels bleekselderij
25 middelgrote tenen knoflook, in dunne plakjes
2 tl fijngehakte gemberwortel
1 tl fijngehakte tijm
2 dl witte wijn
snuf saffraandraadjes
4 laurierblaadjes
1 l geurige groentebouillon, eventueel van een blokje
½ tl grof zeezout
4 el grof gesneden bladpeterselie
koriander, grof gesneden
Griekse yoghurt, optioneel

Harissa, zelfgemaakt is natuurlijk het lekkerst maar uit een potje of tube kan ook.

Bereidingswijze:

Doe de boter en olie in een flinke pan en smoor hierin de sjalotten en bleekselderij in ca. 10 minuten mooi glazig en gaar.
Laat de laatste 5 minuten de knoflookplakjes mee smoren.
Roer de gemberen tijm erdoor. Voeg de witte wijn toe en breng aan de kook. Laat een paar minuten lekker borrelen. Doe de saffraan, laurier, bouillon en zout erbij en laat hem zachtjes 10 minuten pruttelen.

Verwijder de laurierblaadjes, doe de bladpeterselie erbij en pureer de soep kort met een staafmixer. Niet te lang, er moeten nog wat stukjs in zitten.

Schep de soep in kommen, doe er een lepeltje harissa over, bestrooi met fijngesneden korianderblad en eventueel een dot Griekse yoghurt.




zaterdag 11 november 2017

Harissa van Ottolenghi






Sambal kennen we allemaal wel maar harissa is niet voor iedereen bekend.
Je kunt het misschien de sambal van het Midden-Oosten noemen, lekker pittig sausje maar met andere ingrediënten.
Wij zijn sambal liefhebbers, we eten het elke dag, niet door het warm eten maar op brood. Broodje pindakaas met sambal is wel bekend maar wij vervangen de pindakaas door tahin. En dan niet de tahin welke je gebruikt met koken maar de tahin uit de biologische winkel, die van geroosterd sesamzaad. Heerlijk.
Nu dus harissa, daarvan is het hoofdingrediënt geroosterde paprika welke heerlijk zoet is. Niet de geroosterde paprika uit pot, die zijn te zuur.
De hitte kun je wat sturen door meer of minder Spaanse peper te gebruiken, en dan ook nog hoe heet is de peper. Zit maar een ding op, proeven. Gewoon een klein stukje afsnijden en proeven. De zaadlijsten zijn het heetst aan de peper, dus wil je het wat milder, schraap je die eruit.
De harissa is een heerlijke smaakmaker voor soep, saus, groentestoofpotten, rijst en couscousgerechten of op een broodje pindakaas of tahin ;-)

Ik heb het recept maal drie gemaakt en de potjes geweckt, lekkere afwisseling met de sambal.

Het recept komt uit het boek Plenty van Ottolenghi

Ingrediënten:

1 rode paprika
¼ tl korianderzaad
¼ tl komijnzaad
¼ tl karwijzaad
½ tl olijfolie
1 kleine rode ui, grof gehakt
2 tenen knoflook, grof gehakt
2 middelscherpe verse rode chilipepers, zonder zaad, grof gehakt (of naar smaak)
½ el tomatenpuree
2 tl zoutvlokken

Bereidingswijze:

Blaker de paprika rondom zwart onder de gril (15-20 minuten), in de gasvlam of op de bbq. Doe de zwarte paprika in een kom en dek deze af met huishoudfolie. Laat de paprika afkoelen.
Schraap voorzichtig het zwarte vel eraf, snijd open en schraap de zaden eruit.

Rooster het koriander-, komijn- en karwijzaad ca. 2 minuten op laag vuur. Doe over in een vijzel en wrijf het tot poeder.

Verhit de olijfolie in een koekenpan en bak hierin de uia, knoflook en chilipeper ca. 12 minuten op halfhoog vuur tot ze mooi bruin zijn.
Laat iets afkoelen en doe ze dan met de overige ingrediënten in een blender en pureer alles tot een gladde pasta.


Wil je de harissa langer bewaren dan kun je deze weer verhitten en heet in schone potjes doen en gelijk afsluiten. Ik heb het in kleine weckpotjes gedaan en deze nog 12 minuten verhit in de stoomoven.




zaterdag 4 november 2017

Dadel-walnoot taart

   




Een taart helemaal voor deze tijd van het jaar vind ik.
Het wordt hier thuis niet altijd gewaardeerd dat ik eten aan het seizoen link maar ik vind dat leuk en lekker. Het liefst wordt er jaarrond erwtensoep gegeten en waarom geen oliebollen in de zomer.....
Nee hoor in de winter geen aardbeien en tomaten en in de zomer geen erwtensoep en oliebollen. En dat zijn dan maar een paar voorbeelden, zo zijn er natuurlijk nog veel meer.
Zo kun je er naar uitkijken naar de eerste aardbeien, sla, komkommer. Maar ook naar pompoen, en zuurkool, boerenkool dan weer wat minder.
Een dadel-walnoot taart, gekruid met kaneel, koriander, nootmuskaat en zwarte peper, hoeveel herfst wil je hebben.
Heel iets anders dan we gewend zijn maar wel lekker. De twee texturen vind ik erg leuk gedaan en ook lekker om te eten.

Het recept komt uit het boek 'De Veldkeuken'
Ik heb het recept iets aangepast, zo wordt er in het originele recept margarine gebruikt om er een lactose vrije taart van te maken. Hier geen lactose allergie dus gewoon roomboter gebruikt.

Ingrediënten:

Springvorm ø 24 cm, ingevet

250 g gedroogde dadels, in stukjes gesneden
400 g bloem
250 g suiker
125 g boter, op kamertemperatuur (of margarine voor een lactose-vrije taart)
15 g bakpoeder
¼ tl zout
1 el kaneel
2 tl gemalen koriander
1 tl nootmuskaat
½ tl zwarte peper

2 eieren, losgeklopt
150 ml zonnebloemolie
sap en rasp van 1 citroen
sap en rasp van 1 sinaasappel
140 ml weekwater van de dadels
100 g walnoten

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor tot 170 °C.

Week de dadelstukjes in warm water (ten minste 140 ml)
Meng de bloem, suiker en boter tot het een zanderig geheel is. Dit kan met de hand of met de machine.
Strooi 200 g van het mengsel op de bodem van de ingevette springvorm en druk dit aan met de bolle kant van een lepel. Zet opzij.

Meng het bakpoeder en de specerijen door het overgebleven bloemmengsel.
Doe er de eieren, olie, rasp en sap van citroen en sinaasappel erbij.
Giet de dadelstukjes af en vang het vocht op. Meet 140 ml af en doe dit ook bij het mengsel. Spatel het rustig door elkaar tot het een mooi dik beslag is zonder klontjes. Schep er als laatste de dadelstukjes door.

Giet het beslag in de springvorm op de eerder gemaakte bodem.
Verdeel er de walnoten over en druk deze licht in het beslag.
Zet de taart in de oven en bak deze ca. een uur tot hij gaar is. Controleer het door met een prikker erin te prikken, deze moet er schoon uitkomen.
Haal de taart uit de oven en zet op een rooster. Laat iets afkoelen, verwijder de springvorm en laat dan goed afkoelen.