vrijdag 2 augustus 2013

Sperziebonen, slabonen, boterbonen, Franse boontjes, haricots verts.....




Wie een moestuin heeft, heeft bonen, want wat is er nou lekkerder dan je eigen geteelde boontjes.
Slabonen of sperziebonen het is hetzelfde, meestal worden ze sperziebonen genoemd maar in de zaadhandel gaat het meestal over slabonen. En dan heb je nog de verschillende soorten slabonen, daar kom je wel achter als je zelf een moestuin hebt.



Het begint met stam- of stokbonen, stambonen zijn lage struikjes en stokbonen worden hoog die zet je naast een stok waar ze zelf in zullen klimmen, ze kunnen wel 2.5 meter hoog worden.
Het voordeel van stokbonen is dat de opbrengst groter is omdat de plant omhoog groeit en dus eigenlijk veel groter wordt dan de stamslaboon.
Het voordeel van de stamslaboon is dat deze vroeger is dus je hebt eerder boontjes, ook kun je deze makkelijker onder glas telen dat wordt met stokslabonen een beetje moeilijk.
Stokbonen zijn dus heel geschikt voor de zomerteelt en stambonen kunnen naast zomerteelt ook nog wat vroeger en/of later gezaaid worden, zo verleng je het bonen seizoen.
Wij hebben meestal beide.

Dan komen de rassen waar je uit kunt kiezen, dat is heel persoonlijk, de één houdt van een dikke vlezige boon en de ander heeft liever lange dunne boontjes ook wel  naaldboontje, Franse boontje of haricots verts genoemd.



Wij vinden alles lekker, we hebben dus een vlezige boon en haricot verts. Dit jaar hebben we Isabel een 'dubbele' stokslaboon, de peulen zijn  13-14 cm lang en middelfijn. Het 'dubbele' houd in een vrij ronde boon.
Als haricot verts hebben we Calima (stamboon) een productief ras waarvan de bonen wel 20 cm lang kunnen worden.
Ook hebben we nog een paar struikjes Purple Queen, dat zijn zoals de naam al doet vermoeden paarse bonen, prachtig om te zien maar na het koken zijn ze niet meer paars maar groen net als de andere soorten.
Dit zaad was al wat ouder, dus het ontkiemde heel slecht , we hebben het opgezaaid en wat er nog ontkiemde staat in de tuin, een paar plantjes dus.




En dan nog een paar 'Orkaboontjes' dit zijn zwarte boontjes met een wit stipje, vandaar de naam. Deze hebben we gekregen, we weten nog niet wat het wordt ze hebben nog geen boontjes, dat wordt nog een verrassing.
En als laatste hebben we nog wat plantjes van Judith gekregen, deze hebben boontjes die vrij kort en dik zijn, ik weet zo niet welk ras het is.





Wij hebben altijd rassen 'zonder draad' sommige oudere rassen hebben over de hele lengte van de boon een taaie draad die bij het koken niet zacht wordt, deze bonen moeten dus voor het koken worden afgehaald. Zonder draad is dus een stuk makkelijker.

Als het zaad op is proberen we  meestal een nieuw soortje uit, ik denk dat we volgend jaar een keertje boterbonen gaan proberen, dat is een geel boontje ook wel wasboon genoemd, zachter van smaak en de kleur doet het natuurlijk heel goed in een salade.

Het telen van bonen in niet moeilijk, ze groeien eigenlijk wel op de meeste grondsoorten maar houden niet van zure grond. Ze houden van volle zon en grond die niet te nat is. Wij hebben hier zandgrond en dat gaat heel goed, zandgrond warmt snel op in het voorjaar en het watert ook goed af.
Doordat ze  zelf voor hun eigen stikstof zorgen hebben ze weinig bemesting nodig, wij geven het bonenveldje in het voorjaar altijd koemestkorrels een paar weken voordat ze geplant worden, dat is genoeg.

We zaaien de bonen altijd voor, je kunt ze ook ter plaatse zaaien maar dan is de kans dat de kiemende zaden worden opgegeten door vogels veel groter.
Stambonen worden uitgeplant op regels, meestal met een tussenruimte van 10 cm en de rijen 50 cm uit elkaar. Stokbonen worden uitgeplant rond een stok met 4 tot 7 plantjes of bonen per stok. Je kunt ze ook langs draden laten klimmen, net wat je makkelijk vindt.

Verder is het een kwestie van onkruid wieden en bij erge droogte watergeven, en regelmatig plukken dat zorgt voor een langere en rijker oogst.
Het lekkerst is om ze op de dag dat ze geplukt zijn te eten maar je kunt ze ook nog prima een paar dagen op een koele plaats bewaren.
Invriezen doen wij eigenlijk nooit, we vinden de boontjes uit de vriezer niet lekker, misschien is inmaken een  betere optie maar daar heb ik (nog) geen ervaring mee.

Wat ook nog wel leuk is om te weten is dat als je de bonenplanten van de tuin haalt na de laatste oogst, dat het heel goed is om de wortels te laten zitten.
De stikstof die is opgeslagen in de knobbeltjes van de wortels komt dan beschikbaar voor een volgende teelt. Je kunt nog prima sla of andijvie op dit veldje telen, deze houden heel erg van stikstof.



Er zullen de komende tijd wel recepten voorbij komen van sperziebonen, want we hebben ze allebei in de tuin en plukken nu volop :-)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen